Transvaalwijk – Toen en Nu

Een wandeling in de oude wijk

Angst voor corona houdt mensen weg bij voedselbank De Paardenberg oktober 13, 2020

AD 13.10.2020

Corona-effect bij de Voedselbank

In tegenstelling tot Amsterdam blijft het aantal klanten bij de voedselbank in Den Haag tot nu toe redelijk stabiel. Geen probleem, zou je denken. Maar dat is te kort door de bocht.

‘Goeiemorgen. U krijgt rood.” Het humeur van Maud is niet stuk te krijgen. Ze staat aan de deur van De Paardenberg in de wijk Transvaal waar elke week voedselpakketten worden uitgereikt. Ze deelt kaartjes uit. Rood staat voor een enkel pakket.

Vandaag twee flinke witte plastic tassen. Blauw voor een dubbele. Vier tassen. Als het om een groot gezin gaat. ,,Ik zou ruilen hoor”, lacht ze naar een jongen en meisje die samen komen. ,,Jij hebt nu de zware tassen.”

Gaat het goed met u? vraagt Maud aan iedereen, zonder er ook maar iets voor terug te verwachten. Als een man haar de wedervraag stelt hoort ze het in eerste instantie niet eens. Daarna antwoordt ze dankbaar: ,,Goed.” Ze maken ervan wat ze kunnen in Transvaal. Maar de ziel is eruit sinds het coronavirus in Nederland toesloeg, vinden de vrijwilligers.

,,We stalden normaal de kratten met eten uit en pakten met de klant het pakket in. Er ontstond soms zomaar een ruilhandeltje. Ik hoef geen witbrood. O, jij wil dat niet? Nou, ik heb wel dit voor je”, legt Joke uit hoe het altijd ging. Sinds dertien jaar is ze vrijwilliger. ,,Het moet wel uit je hart komen, anders hou je het niet vol”, zegt ze.

Behalve bij de voedselbank ‘vrijwilligt’ ze met haar 80 jaar ook nog bij de weggeefwinkel en geeft ze schilder- en yogalessen. En ze past op haar achterkleinkind. Na het overlijden van haar man vorig jaar stopte ze wel met het koken van maaltijden voor mensen die dat niet konden. Of ze wel eens thuis is? ,,Ja hoor”, grinnikt ze. ,,’s Avonds. Dat is genoeg toch?”

Vrijwilliger Hans Bert. ,,Tijdens het inpakken hoorde je vroeger van alles. Maar nu…’’ © Frank Jansen

Praatje

Vroeger, het lijkt alweer zo lang geleden. ,,Je had meteen een praatje. Over iemands leven. Hoe het ging”, zegt Hans Bert. Hij werd acht jaar geleden vrijwilliger in De Paardenberg. ,,Mijn hele leven heb ik alleen werk gedaan met mijn hoofd. Hier kon ik wat doen met mijn handen en iets doen voor een ander.”

De blik wordt leger. Doodser, aldus Neo.

,,Tijdens het inpakken hoorde je van alles”, gaat hij verder. ,,Leuke dingen, belangrijke zaken. Als er problemen waren, kwam je daar op een heel laagdrempelige manier wel achter. Maar nu…” Nu staan de klanten buiten in de rij. Om de beurt mogen ze even naar binnen. Geven hun kaartje af, pakken de plastic tassen waar alles al in zit van een tafel, en via een andere deur lopen ze naar buiten. Een paar minuten duurt het hele proces. Langer niet. Om ervoor te zorgen dat niemand besmet wordt.

Ook Neo, die op deze dag in de Marcuskerk in Moerwijk staat, ziet zijn klanten komen en weer vertrekken. Zonder mogelijkheid om een praatje te maken dat langer dan een minuutje duurt. ,,Ze zijn aan het eind van hun Latijn”, zegt hij. ,,Hoe lang is deze coronacrisis nu al aan de gang? Zeven, acht maanden?

Je kan het zien aan de blik in hun ogen. Die wordt leger. Doodser. Ze kijken je amper aan. Het is weer zo’n dag, zie je ze denken. Het ophalen van een voedselpakket was vaak de enige keer in de week dat je zomaar een praatje had. Mensen vereenzamen gewoon.”

Ja. Hij wordt er erg verdrietig van. Maar ziet ook niet hoe het anders zou moeten. Zeker nu er in zijn wijk ook mensen zijn die besmet zijn met het coronavirus, onderkennen hij en de wijkbewoners het belang van de coronamaatregelen. Steeds vaker krijgt hij aanvragen voor een persoonlijk gesprek. ,,Dan gaan we even apart zitten in de kerkzaal. Maar ik hoop zo dat er snel een einde aan komt”, zegt hij hartgrondig.

In de pakketten zat de afgelopen week vooral veel groente. © Frank Jansen

Verhuizen

Bij Voedselbank Haaglanden maken ze nu elke week zo’n 1950 voedselpakketten voor Den Haag, Rijswijk en Zoetermeer. Een aantal dat in het begin van de coronacrisis steeg, maar nu alweer een tijdje stabiel is. In tegenstelling tot Amsterdam waar de aanvraag voor pakketten explodeerde. Maar ook vice-voorzitter Henk Baars maakt zich zorgen. Of de vraag wel lang genoeg zo blijft voordat het distributiecentrum gaat verhuizen.

Naar verwachting in januari wordt een nieuw pand betrokken in Wateringen. ,,We verwachten zeker dat ook bij ons er nog een grote golf aankomt. Maar op de plek waar wij nu zitten, aan de Boomaweg, kunnen we misschien nog tweehonderd pakketten extra per week maken, dan heb je het echt wel gehad.”

Hij zei steeds maar: ‘Ik wil hier helemaal niet komen.’ Maar hij moest wel, aldus Wil van Ulft.

Gek genoeg kwamen in Transvaal de afgelopen maanden juist minder klanten. In plaats van 170, nog maar 142. ,,Maar we hebben schrijnende gevallen gezien”, zegt Wil van Ulft, in dienst van Stichting voor Stad en Kerk (Stek) als coördinator van het buurt- en kerkhuis De Paardenberg. Hij is daarmee ook ‘baas’ van het voedselbankuitgiftepunt in Transvaal.

,,Helemaal aan het begin kwam hier een vrouw. Keurig aangekleed, mooie make-up op. Ze had altijd voor de gemeente Rotterdam gewerkt, maar was op 1 maart voor zichzelf begonnen. Ze had ook al een eerste klus voor een gemeente hier in de buurt. Dat ging meteen al niet door. Wat moest ze? Haar woonlasten moest ze wel gewoon betalen. Echt schrijnend.”

Maar ook een meneer die op Schiphol werkte, bij het transport van bagage. Geen vluchten betekende ook geen bagage. Hij hoefde niet meer te komen. ,,Hij zei steeds maar: ‘Ik wil hier helemaal niet komen.’ Maar hij moest wel.”

Het is door de angst voor het coronavirus dat, hoewel er ook nieuwe klanten kwamen, het totale aantal afnam. Zoals ook de huisarts in de wijk onlangs vertelde dat de onwetendheid, veroorzaakt door bijvoorbeeld een taalbarrière, maakt dat mensen meteen het ergste denken, té bang zijn.

Een klant van de voedselbank verlaat het uitgiftepunt met twee volle tassen. © Frank Jansen

Wil van Ulft: ,,We hebben alle mensen die niet meer kwamen gebeld en gevraagd wat de reden was. Ze zeiden allemaal dat ze bang voor het virus waren en niet naar buiten durfden. We hebben erop aangedrongen of dan in hun plaats een buur kon komen. Maar dan komt de schaamte weer om de hoek kijken. Dan zouden ze aan hun buren moeten vertellen dat ze eten van de voedselbank.”

Financiële reserves, als mensen die al hadden, zijn nu helemaal op, aldus Neo.

,,Nee, ik weet niet hoe het met ze gaat en hoe ze aan hun eten komen”, zegt Van Ulft en haalt moedeloos zijn schouders op. Want het werk dat hij doet is er niet minder op geworden. ,,Als een van de weinige instanties in de stad zijn we hier nog altijd spreekuur blijven houden voor wijkbewoners in nood. Die zijn er nog genoeg. We hebben een heel handige vrijwilliger in huis die meteen een scherm maakte, omdat hij nog zo’n stuk in zijn schuur had staan. Daarom kon het.”

Bakfiets

Neo in Moerwijk stapt tegenwoordig wekelijks op de bakfiets. Daar laadt hij een paar plastic tassen in en fietst dan de wijk rond. Zelfs in de stromende regen, zoals afgelopen donderdag. ,,Je moet toch wat”, zegt hij nuchter. Want ook onder sommige van zijn klanten regeert de angst.

In zijn wijk steeg het aantal aanvragen voor extra eten wel enorm. Via de Voedselbank Haaglanden delen ze wekelijks 150 pakketten uit. Datzelfde aantal pakketten maken ze ook nog eens zelf. Met zelf gezochte sponsors en zelf georganiseerde inzamelingsacties. ,,De criteria van de voedselbank om in aanmerking te komen voor een pakket zijn heel streng, maar wij zien in de praktijk dat de nood er al eerder is.”

,,En het wordt erger en erger. Financiële reserves, als mensen die al hadden, zijn nu helemaal op. Gisteren stond er een vrouw te huilen bij mij. De koelkast was kapot. Wat moest ze nou? Geld om een andere bij de kringloop te kopen had ze niet meer. Bij de gemeente krijg je voor zoiets alleen maar een lening. ‘Met welk onderpand?’, zei ze tegen mij. ‘De foto’s van mijn familie aan de muur?'”

Huisjesmelker

In Transvaal neem Jan Verreijen intussen dankbaar zijn tassen in ontvangst. De gemeente heeft hem geholpen, zegt hij. Zo hoopt hij dat hij genoeg geld overhoudt om te voorkomen dat hij zijn woning wordt uitgezet. Tien jaar geleden raakte hij arbeidsongeschikt en kwam te wonen in een huisje van de inmiddels achter de tralies verdwenen huisjesmelker Harry O. Toen uiteindelijk de echte eigenaar opdook, moest hij vijf maanden achterstallige huur betalen. ,,Dat hoort ook, en ik wil het ook graag betalen, alleen ik heb het niet een twee drie liggen. Maar alle beetjes helpen. Daarom ben ik ook zo blij met de voedselbank.”

Hans Bert: ,,Gelukkig is het deze week een echt mooi pakket. Er zit veel groente in.” En zelfs voor wie een kleintje heeft: een blik opvolgmelk. Een sprankje vreugde tussen de zorgen.